Toxocara canis zijn spoelwormen die ongeveer 7 tot 10 cm groot worden. Mensen kunnen ook met deze wormen worden besmet. Volwassen wormen leven in de darmen van b.v. honden. De eitjes die daar gelegd worden komen met de ontlasting mee naar buiten. Na enkele weken tot maanden ontwikkelen zich in deze eitjes larven die dan vervolgens een gastheer kunnen besmetten. Deze eitjes zijn goed bestand tegen allerlei invloeden en kunnen wel een jaar in de grond overleven. Wanneer vooral jonge dieren de larven binnen krijgen, zullen deze via de maag naar de darm gaan. In de darm passeren zij de darmwand en kunnen dan via de bloedvaten gaan zwerven door het lichaam. Via de luchtpijp gaan zij ook naar de longen, waar ze vervolgens opgehoest worden, weer ingeslikt en opnieuw in de darmen terecht komen waar deze dan uitgroeien tot volwassen wormen die weer eitjes gaan leggen.
Volwassen dieren met de nodige opgebouwde
weerstand tegen worminfecties herbergen
soms wormen ergens in het lichaam in een
inactief stadium. Als b.v een teef drachtig is,
kunnen deze larven geactiveerd worden en via
de placenta in de puppies terecht komen, die
dan dus voor de geboorte al besmet worden.
De spoelworm kan ook vooral jonge kinderen
besmetten.
Migrerende wormen kunnen voor ernstige
complicaties zorgen. Uit onderzoek is
gebleken dat 19% van de Nederlandse
bevolking wel eens met spoelwormen in
aanraking is geweest.